Wingsuit Pincheck – Nederlands

Wingsuit Pincheck

Het geven van een pin-check aan iemand met een wingsuit, is vrijwel identiek aan een normale pincheck.
Naast de gebruikelijke controles (het controleren van main/reserve pin, correct ingeschakelde AAD, het
driering-systeem, borstband en aanwezigheid van helm, dytter, goggles en hoogtemeter), zijn er bij het
pinchecken van iemand met een wingsuit een aantal extra aandachtspunten:

  • De beenbanden zijn niet zichtbaar bij de meeste wingsuits. Door (naast het simpelweg te vragen)
    het rig iets op te tillen, is vrij snel te controleren of de beenbanden daadwerkelijk gedragen
    worden en vast zitten. Als regel staat dat de beenbanden altijd aan en vast moeten zitten als de
    ritsen van het pak gesloten zijn. Zelfs bij briefings of oefening op de grond. Kortom: Pak dicht?
    Eerst beenbanden vast!

 

  • Afhankelijk van het type pak worden er ritsen en/of (gele)rigging cables gebruikt om het pak aan
    het rig te bevestigen. Er zal aan voor en achterzijde een gat zitten of een lusje worden
    overgslagen, om de beenbanden van het rig door het wingsuit heen te laten passeren. Deze
    ritsen of kabels moeten altijd vrij lopen en in rechte lijn, zonder rare lussen of plekken waar deze
    op spanning word getrokken. Laat ter controle iemand in vlieghouding staan en kijk aan voor en
    achterzijde of de vleugels netjes langs het rig lopen en de reserve en cutaway handle niet onder
    spanning tegen het pak aan zitten.

 

  • Bij de meeste wingsuits zijn aan de mouwen kleine lusjes bevestigd, welke rondom de duim
    worden gedragen. Kijk of deze netjes over de hoogtemeter heen gaan, en niet eronder worden
    gedragen. Dit om te voorkomen dat onder de koepel de hoogtemeter los moet worden gehaald (of
    de secundaire release van de armvleugels moet worden getrokken) om de armen vrij te maken
    voor gebruik van toggles etc.

 

  • Check of de kabels en/of ritsen waarmee de vleugels aan het rig vastzitten, compleet dicht zitten.
    Bij de systemen met (gele) kabels is er soms aan de bovenzijde een stukje slack zichtbaar ter
    controle. Maar dit verschilt per persoon.

 

  • Vraag de persoon naar zijn ervaring, en kijk of hij wel aan de eisen voor het maken van een
    wingsuit sprong voldoet (minimaal 200 vrijeval sprongen, B brevet, en instructie gehad van een
    daarvoor bevoegd/geschikte persoon).

 

  • Gebruik qua materiaal bij voorkeur geen agressieve en/of een te kleine hoofdkoepel. En gebruik
    eveneens alleen BOC/throw-out openingsysteem (geen pull-out!)

 

  • Zorg (indien nodig) dat er bij manifest en/of dropzone bekend is dat er wingsuits in de load zitten.
    Dit om te voorkomen dat er op de grond onrust ontstaat als er na de normale vrijevallers een
    flinke tijd voorbij gaat voordat de wingsuit vliegers openen.

 

  • Ook voor de piloot kan het van belang zijn om te weten dat er wingsuits in de load zitten. Dit zodat
    deze bij de afdaling rekening houd met wingsuits welke zich langer en op andere plaatsen in het
    luchtruim bevinden dan de normale vrijevallers.

Text: Jarno Cordia